« Ode aan de pen | Hoofdmenu | Week van de vrede »

19 september 2009

Het stenen graf

Het werd onderhand een vertrouwd gezicht op het lokale kerkhofje in het dorp. Een wat oudere man, geknield voor het stenen graf van zijn geliefde. Nee, niet getrouwd hoor, maar ze woonden al wel een kleine twintig jaar samen. Vriend en vriendin door dik en dun, maar nu is ze al een paar weken dood. Echt, hij dacht serieus dat ze gelukkig waren, dat zij ook gelukkig was. Toen hij haar echter in de schuur zag hangen, zou hij dat afschuwelijke beeld, dat zich meteen genadeloos op zijn netvlies brandde, nooit meer vergeten.

Dus zat hij nu elke dag tegenover het graf. Afscheid nemen kon hij niet. De begrafenis ging als in een roes voorbij en alle steunbetuigingen, hoe lief ook, leken wel meteen van zijn schouders af te glijden. Hoe kón hij dan ook afscheid nemen? Zo waren ze gelukkig samen en zo zag hij haar in de schuur hangen. Het ging zo plotseling, dat hij nog niet eens echt in de gaten had hoe ernstig zijn hart nu gebroken was. Hoe groot het gat in zijn hart was, nu de grootste zingever van het leven zich plotseling weggerukt had.

Het was niet zo dat hij tegen haar praatte of zo. Hij zat daar gewoon, op zijn knieën tegenover het graf. Dag in dag uit, zwijgend over alles wat er gebeurde. Zwijgend als de dood zelf, volmaakt opgaand in en deel uitmakend van de verstilde rust van het kerkhof. Er viel niets meer te praten, alleen nog maar stil te denken aan wat hij nu allemaal moest missen. Huilen deed hij ook niet, dat had hij al volop gedaan daags na haar dood. Hij zat gewoon, te zitten. De steen was eenvoudig, met een klein engeltje erop.

Mensen die langs liepen keken hem soms wat meewarig aan. Het was alsof hij nooit naar huis ging, alsof hij deel van de steen geworden was. Sommigen groetten hem, probeerden een praatje aan te knopen, maar daarop gaf hij niet echt respons. Hoogstens een zachte “hoi” of een zachte “goed hoor” op de vraag hoe het met hem ging. Meer niet. Zodra het kerkhof open was zat hij er en als de plaats ging sluiten, moest de beheerder hem even zachtjes op zijn magere schouders tikken dat het hek dichtging.

Een drietal raddraaiers die ‘s nachts over het hek klom om op het kerkhof rond te spoken, schrok dan ook hevig toen ze hem ineens bij het graf nog zag zitten. Als een onbeweeglijk silhouet zat hij nog altijd op zijn knieën tegenover het graf. De drie jongens liepen meteen op hem af, al lachend. “Hé, wat doe jij hier nou?” schimpte één van hen. Hij reageerde echter niet, bleef doodstil zitten. “Zijn we ineens doof geworden?” Gelach. Eén van de jongens naderde hem nog meer. “Gaan we nog iets zeggen of niet?” vroeg hij ietwat geïrriteerd.

Maar de man reageerde nog steeds niet. “BEN JE DOOF OF ZO?” De jongen werd nu wat boos en duwde hem zachtjes tegen de schouder. Nog steeds geen kik. De jongen duwde nu wat harder, stompte hem bijna. Het was op dat moment dat de man omviel. In duizenden scherven brak hij uiteen, alsof hij van glas was. De drie jongens schrokken zich wild en gingen er meteen in hevige paniek vandoor. De droefheid brak hem, voorgoed, en de volgende dag werd hij door een zorgzame buurvrouw dood in zijn bed gevonden.

TrackBack

TrackBack URL van dit bericht:
http://beheerpagina.web-log.nl/t/trackback/356868/5412275

Hieronder vind je links naar weblogs die verwijzen naar Het stenen graf:

Reacties

Laat een reactie achter